Sterfte

Ruim de helft van de mensen die blijft roken, sterft aan de gevolgen hiervan.1-3 In Nederland zijn dit jaarlijks ongeveer 20.000 mensen (zie tabel).4 Zij overlijden aan een ziekte die door roken is veroorzaakt.

  • Dit cijfer is afkomstig van het RIVM. Het is gebaseerd op een vergelijking van de ziekte- en sterftecijfers tussen twee groepen: rokers en niet-rokers, die verder overeenkomen op relevante kenmerken (zoals leeftijd, geslacht en opleidingsniveau). Uit deze vergelijking blijkt dat rokers bepaalde ernstige ziekten vaker ontwikkelen dan niet-rokers, zoals (long)kanker, hart- en vaataandoeningen en longziekten.

Sterfgevallen wegens enkele aandoeningen onder Nederlanders van 20 jaar en ouder. Peiljaar 2013

Percentages geven het aandeel van roken aan de sterfte weer. Bron: RIVM.

Het volgende percentage van de sterfte kan worden toegeschreven aan roken:

  • 85% van de sterfte aan longkanker;
  • 85% van de sterfte aan strottenhoofdkanker;
  • 81% van de sterfte aan COPD;
  • 62% van de sterfte aan mondholtekanker;
  • 54% van de sterfte aan slokdarmkanker;
  • 31% van de sterfte aan blaaskanker;
  • 19% van de sterfte aan nierkanker;
  • 17% van de sterfte aan alvleesklierkanker;
  • 16% van de sterfte aan coronaire hartziekten, waaronder hartinfarct;
  • 12% van de sterfte aan hartfalen;
  • 7% van de sterfte aan beroerte (CVA);
  • 7% van de sterfte aan diabetes. 

Gemiddeld sterven rokers tien jaar eerder dan niet-rokers.

  • Dit is gebaseerd op meerdere grootschalige internationale onderzoeken, waarbij tienduizenden mensen tientallen jaren zijn gevolgd.1-3 
  • Bij twee Nederlandse studies is een kleiner verschil in levensverwachting gevonden (rond de 4 jaar). Deze studies zijn echter niet vergelijkbaar met het internationale onderzoek en er is weinig reden om aan te nemen dat het verschil in Nederland daadwerkelijk kleiner zou zijn. Klijs et al. (2011)5 betreft een relatief wat oudere groep (55-plussers) die enkele jaren werden gevolgd. Hoeymans (2010)6 betreft een modelstudie waarbij rokers zijn vergeleken met de overige bevolking – inclusief ex-rokers.

Meeroken, ofwel ‘passief roken’, is het inademen van tabaksrook uit de omgeving. Volgens een schatting van het RIVM overlijden in Nederland jaarlijks enkele duizenden mensen aan hart- en vaatziekten als gevolg van meeroken en enkele honderden aan longkanker. Een internationale vergelijkende studie7 liet zien dat Nederlanders zich relatief weinig bewust zijn van de schade die meeroken kan veroorzaken.

Internationaal

Wereldwijd sterven er volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) ruim 7 miljoen mensen per jaar door tabaksgebruik en 890.000 door meeroken.11

  • Elke zes seconden is er één voortijdig sterfgeval door roken.8 Naar schatting kan wereldwijd 12% van alle sterfte worden toegeschreven aan roken (16% onder mannen, 7% onder vrouwen).9 
  • In Europa en zeker Nederland is de tabaksgerelateerde sterfte nog hoger, omdat hier in het verleden relatief veel is gerookt. In Europa kan 16% van de sterfte worden toegeschreven aan roken (25% onder mannen, 7% onder vrouwen); in Nederland is dit 21% (28% onder mannen, 14% onder vrouwen). 

Ziekten als gevolg van tabaksgebruik ontwikkelen pas na verloop van tijd. Op bevolkingsniveau is te zien dat de aan roken gerelateerde sterftecijfers dan ook pas stijgen, tientallen jaren nadat roken in populariteit heeft gewonnen. De cijfers van percentage rokers en aan roken gerelateerde sterfte hebben in de meeste landen een vergelijkbaar verloop (zie onderstaande figuur). Eerst komt een toename in rokers, eerst voornamelijk mannen en later ook de vrouwen. Wanneer tientallen jaren later de sterfte door roken scherpt stijgt, zakt de populariteit in. De sterfte blijft echter nog jarenlang stijgen.10

 

Het patroon van percentage rokers en sterftecijfers over de jaren

Bron: gebaseerd op Lopez 9

Bronnen

1. Doll, R., Peto, R., Boreham, J., & Sutherland, I. (2004). Mortality in relation to smoking: 50 years’ observations on male British doctors. BMJ, 328(7455), doi:10.1136/bmj.38142.554479.AE.
2. Jha, P. et al. (2013). 21st Century hazards of smoking and benefits of cessation in the United States. The New England Journal of Medicine, 368(4), 341-350.
3. Sakata, R., McGale, P., Grant, E. J., Ozasa, K., Peto, R., & Darby, S. C. (2012). Impact of smoking on mortality and life expectancy in Japanese smokers: a prospective cohort study. BMJ, 345, doi: http://dx.doi.org/10.1136/bmj.e7093.
5. Klijs, B., Mackenbach, J. P., & Kunst, A. E. (2011). Obesity, smoking, alcohol consumption and years lived with disability: a Sullivan life table approach. BMC Public Health, 11(378), 1-7.
6. Hoeymans, N., Melse, J. M., & Schoemaker. C. . (2010). Gezondheid en determinanten. Deelrapport van de VTV 2010: van gezond naar beter. Bilthoven: RIVM.
7. ITC Project (2011). ITC Netherlands Survey. Report on smokers’ awareness of the health risks of smoking and exposure to second-hand smoke. Canada: University of Waterloo.
8. WHO (2013). Report on the global tobacco epidemic. Geneva: World Health Organization.
9. WHO (2012). WHO Global Report. Mortality attributable to tobacco. Geneva: World Health Organization.
10. Lopez, A. D., Collishaw, N. E., & Piha, T. (1994). A descriptive model of the cigarette epidemic in developed countries. Tobacco Control, 3, 242-247.
11. WHO (2017). Factsheet Tobacco.