Diagnostische criteria stoornis in tabaksgebruik (DSM-5)

Classificatiecriteria

A. Een problematisch patroon van tabaksgebruik dat leidt tot klinisch significante beperkingen of lijdensdruk, zoals blijkt uit minstens twee van de volgende kenmerken, die binnen een periode van een jaar optreden:

  1. Tabak wordt vaak gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was.
  2. Er is een persisterende wens of er zijn vergeefse pogingen om het tabaksgebruik te minderen of in de hand te houden.
  3. Veel tijd wordt besteed aan activiteiten die nodig zijn om aan tabak te komen, tabak te gebruiken of te herstellen van de effecten ervan.
  4. Hunkering of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik.
  5. Recidiverend tabaksgebruik, met als gevolg dat de belangrijkste rolverplichtingen niet worden nagekomen op het werk, op school of thuis.
  6. Aanhoudend tabaksgebruik ondanks persisterende of recidiverende sociale of interpersoonlijke problemen, veroorzaakt of verergerd door de effecten van tabak.
  7. Belangrijke sociale, beroepsmatige of vrijetijdsactiviteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het tabaksgebruik.
  8. Recidiverend tabaksgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert.
  9. Het tabaksgebruik wordt gecontinueerd ondanks de wetenschap dat er een persisterend of recidiverend lichamelijk of psychisch probleem is dat waarschijnlijk is veroorzaakt of verergerd door de tabak.
  10. Tolerantie, zoals gedefinieerd door een van de volgende kenmerken:
  • a.      Behoefte aan een duidelijk toegenomen hoeveelheid tabak om een intoxicatie of het gewenste effect te bereiken.
  • b.      Een duidelijk verminderd effect bij voortgezet gebruik van dezelfde hoeveelheid tabak

11.   Onttrekkingssymptomen, zoals blijkt uit minstens een van de volgende kenmerken:

  • a.      Het kenmerkende onttrekkingssyndroom van tabak (zie criteria A en B van de criteria voor het tabaksonttrekkingssyndroom).
  • b.      Tabak (of een zeer verwante stof zoals nicotine) wordt gebruikt om onttrekkingssymptomen te verlichten of te voorkomen.

Specificeer indien:

In vroege remissie

Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds minstens drie maanden, maar minder dan een jaar (met de uitzondering dat wel aan criterium A4, ‘Hunkering of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik’, mag worden voldaan).

In langdurige remissie

Nadat eerder volledig aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik was voldaan, wordt nu aan geen enkel criterium voor de stoornis in tabaksgebruik meer voldaan sinds een periode van een jaar of langer (met de uitzondering dat wel aan criterium A4, ‘Hunkering of een sterke wens of drang tot tabaksgebruik’, mag worden voldaan).

Specificeer indien:

In onderhoudsbehandeling

De betrokkene gebruikt langdurig een middel als onderhoudsbehandeling, zoals nicotinevervangende medicatie, terwijl voor die klasse geneesmiddelen niet aan de criteria voor de stoornis in tabaksgebruik wordt voldaan (behalve tolerantie voor of onttrekkingssyndroom van de nicotinevervangende medicatie).

In een gereguleerde omgeving

Deze aanvullende specificatie is van toepassing op mensen in een setting waar er beperkte toegang is tot tabak.

Specificeer actuele ernst:

Licht

Er zijn twee tot drie symptomen aanwezig.

Matig

Er zijn vier tot vijf symptomen aanwezig.

Ernstig

Er zijn zes of meer symptomen aanwezig.

Kader 2 Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders fifth edition (DSM-5)

Tabaksonttrekkingssyndroom 292.0

Classificatiecriteria

A. Dagelijks tabaksgebruik sinds minimaal enkele weken.

B. Het plotseling staken of verminderen van het tabaksgebruik wordt binnen 24 uur gevolgd door vier (of meer) van de volgende klachten of verschijnselen:

  1. Prikkelbaarheid, frustratie of woede
  2. Angst
  3. Moeite met concentreren
  4. Toegenomen eetlust
  5. Rusteloosheid
  6. Sombere stemming
  7. Insomnia

C. De klachten of verschijnselen van criterium B veroorzaken klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.

D. De klachten of verschijnselen kunnen niet worden toegeschreven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder de intoxicatie- of onthoudingssymptomen van een ander middel.1

1. Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, fifth edition. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2014:763-4.