Motiverende gespreksvoering

Motiverende gespreksvoering (motivational interviewing) is een gesprekstechniek die in begeleiding kan worden toegepast. De techniek is gericht op het bewust worden van de voor- en nadelen van het eigen gedrag (in dit geval: roken) en de bestaande alternatieven. Het doel is om motivatie voor verandering op te wekken of te versterken, met respect voor de eigen zienswijze en bereidheid van de roker.1 Bij ondersteuning bij stoppen met roken is deze vorm van gespreksvoering effectief bevonden.2

Er zijn trainingen gericht op het aanleren van motiverende gespreksvoering. Daarnaast staat er een groot aantal video’s online met demonstraties van de techniek. Hoewel de kwaliteit van de video’s wisselend is, kunnen deze helpen bij de beeldvorming over hoe een dergelijk begeleidingsgesprek eruit kan zien. 

Voor een gesprek met iemand die niet gemotiveerd is tot stoppen met roken, zijn de ‘5 R’s’ (Engelstalig) geformuleerd:

  1. Relevance (relevantie): Bespreek met de roker waarom stoppen voor hem of haar persoonlijk zinvol zou kunnen zijn. 
  2. Risks (risico’s): Vraag naar hoe de roker de risico's van het roken ziet, voor hem- of haarzelf maar ook voor de omgeving.
  3. Rewards (beloning): Vraag naar de voordelen van het stoppen, zoveel mogelijk toegespitst op de eigen situatie.
  4. Roadblocks (belemmeringen): Bespreek de barrières die iemand ziet bij een eventuele stoppoging. Benoem daarbij ook de mogelijkheden om deze barrières te verminderen (zoals nicotinevervangende middelen of hulp van anderen).
  5. Repetition (herhaling): Herhaal deze strategie zolang de roker niet voldoende gemotiveerd is om te stoppen.1,3   

Voor een gesprek met iemand die wel gemotiveerd is tot stoppen met roken, zijn ‘5 A’s’ geformuleerd voor zorgverleners, zoals artsen:

  1. Ask (vraag ernaar): Vraag met enige regelmaat of de patiënt (nog) rookt, bijvoorbeeld jaarlijks, en leg dit voor alle patiënten vast.
  2. Advise (adviseer): Geef een duidelijk advies om te stoppen met roken. Stem dit advies zoveel mogelijk af op de persoonlijke situatie. Adviseer medicatie indien de patiënt 10 of meer sigaretten per dag rookt.
  3. Assess (stel vast): Stel vast in hoeverre de patiënt bereid is om daadwerkelijk te stoppen met roken en wanneer hij of zij dit wil doen (een gemotiveerde roker is bereid binnen 30 dagen te stoppen). Bied zelf ondersteuning of verwijs door.
  4. Assist (assisteer): Maak samen een stopplan en bied praktische hulp. Probeer daarnaast ondersteuning vanuit de sociale omgeving te regelen.
  5. Arrange (organiseer): Maak vervolgafspraken om terugval te voorkomen. Dit kan persoonlijk of telefonisch. Stel tijdens deze vervolgafspraken vast in hoeverre de stoppoging succesvol verloopt en evalueer indien van toepassing de medicatie.4  

Bronnen

1. CBO (2016). Richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving, herziening 2016. Utrecht: Centraal BegeleidingsOrgaan.
2. Lai, D. T. C., Cahill, K., Qin, Y., & Tang, J.-L. (2011). Motivational interviewing for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
3. Partnership Stop met Roken (2009). Zorgmodule Stoppen met Roken.
4. Fiore (2008). Treating tobacco use and dependence: 2008 Update. U.S. Department of Health and Human Services.