Nicotinevervangers en overige medicatie

Medicatie wordt aangeraden voor mensen die tien of meer sigaretten per dag roken, of als de roker of arts dit wenselijk vindt.1-3 Er zijn verschillende typen medicijnen op de markt die helpen bij stoppen met roken. De precieze werking verschilt.

Nicotinevervangende middelen verminderen de ontwenningsverschijnselen van stoppen met roken. Er zijn verschillende vormen, zoals pleisters, kauwgom, tabletten en inhalatoren. Deze middelen bieden de mogelijkheid om een rookverslaving stapsgewijs af te bouwen: eerst de nicotine afbouwen en dan de gewoonte afleren.

  • Nicotinevervangers vergroten de kans dat een poging tot stoppen met roken slaagt met 50 tot 70%.4
  • Combinaties van verschillende nicotinevervangende middelen werken beter dan gebruik van één enkel middel. Een veelgebruikte combinatie is bijvoorbeeld pleisters voor het basisniveau nicotine in het bloed en kauwgom voor de acute nicotinebehoefte. Gecombineerd kunnen nicotinevervangers de succeskans twee tot drie keer vergroten.5
  • Er zijn aanwijzingen dat een deel van de rokers een veel te lage dosering gebruikt, waardoor de effectiviteit van nicotinevervangende middelen in de praktijk tegen kan vallen.6

Ook andere middelen kunnen de ontwenningsverschijnselen van roken verminderen.

  • Varenicline (merknaam Champix): dit middel bootst de effecten van nicotine in het lichaam na, en verkleint zodoende de behoefte aan roken. De kans op succes bij een stoppoging is twee tot drie keer zo groot bij gebruik van varenicline als bij gebruik van een placebo.5
  • Bupropion (merknaam Zyban): een antidepressivum dat de behoefte aan roken en de ontwenningsverschijnselen van roken vermindert. De kans op succes is met bupropion ongeveer 80% groter dan bij gebruik van een placebo.5
  • Nortriptyline (merknaam Nortrilen): net als bupropion een antidepressivum, dat de behoefte aan roken en ontwenningsverschijnselen vermindert. De kans op succes is bij gebruik van nortriptyline ongeveer twee keer zo groot als bij een placebo.5 
  • Daarnaast zijn er nog verschillende andere middelen op de markt, waarbij onvoldoende bewijs bestaat voor de effectiviteit als hulpmiddel bij stoppen met roken. Voorbeelden daarvan zijn naltrexone, zilveracetaat, clonidine, lobeline en rimonabant.

In sommige landen wordt ook wel cytisine gebruikt, een middel met een vergelijkbaar werkingsmechanisme als varenicline. Dit is een relatief goedkoop middel met goede resultaten (een gemiddeld vier keer zo grote succeskans).5,7 Het is nog niet opgenomen in de Nederlandse Richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving en wordt zodoende in Nederland nog niet voorgeschreven.1 

Gedragsmatige begeleiding is effectief als aanvulling op medicatie.8 Aan artsen en andere zorgverleners wordt dan ook aanbevolen om altijd begeleiding aan te bieden bij medicatie voor stoppen met roken.1,3 

Tijdens zwangerschap of borstvoeding

Het addendum 'Behandeling van tabaksverslaving en stoppen-met-roken ondersteuning bij zwangere vrouwen' bij de richtlijn 'Behandeling van tabaksverslaving en stoppen-met-roken ondersteuning' concludeert dat het aannemelijk is dat NVM’s effectief en veilig zijn voor het stoppen-met-roken bij zwangere vrouwen wanneer deze worden ingezet als aanvulling op een gedragsmatige interventie. NVM’s zijn mogelijk na verwijzing voor intensieve gedragsmatige begeleiding door een SMR-coach, rookstoppoli, POH of verslavingsarts. Intensieve gedragsmatige begeleiding heeft de voorkeur boven het gebruik van NVM’s. Overweeg NVM’s als de interventie niet slaagt of als de kans op succes bij voorbaat klein is (eerdere niet geslaagde poging, roken in vorige zwangerschap, partner die blijft roken).

Medicijnen als varenicline en bupropion mogen niet worden gebruikt tijdens de zwangerschap en borstvoeding.

 

Bronnen

1. CBO (2009). Richtlijn Behandeling van Tabaksverslaving, herziening 2009. Utrecht: Centraal BegeleidingsOrgaan.
2. Partnership Stop met Roken (2009). Zorgmodule Stoppen met Roken.
3. NHG (2009). NHG-Standaard Stoppen met Roken. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap.
4. Stead, L. F. et al. (2012). Nicotine replacement therapy for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
5. Cahill, K., Stevens, S., Perera, R., & Lancaster, T. (2012). Pharmacological interventions for smoking cessation: an overview and network analysis. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.
6. Beard, E., Bruguera, C., McNeill, A., Brown, J., & West, R. (2015). Association of amount and duration of NRT use in smokers with cigarette consumption and motivation to stop smoking: A national survey of smokers in England. Addictive Behaviors, 40, 33-38.
7. Hartmann-Boyce, J., Stead, L. F., Cahill, K., & Lancaster, T. (2013). Efficacy of interventions to combat tobacco addiction: Cochrane update of 2012 reviews. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration. 
8. Stead, L. F. et al. (2012). Nicotine replacement therapy for smoking cessation. Wiley Online Library: The Cochrane Collaboration.