Hulpvragen

Uit de Gezondheidsenquete/Leefstijlmonitor 2015 komt naar voren dat van de rokers van 18 jaar en ouder in de 12 maanden daarvoor 37% een of meer stoppogingen heeft ondernomen. Van de stoppers heeft 86% het langer dan 24 uur volgehouden om niet te roken.

Volgens het Continu Onderzoek Rookgewoonten (COR) heeft in 2014 65% van de rokers van 15 jaar en ouder ooit een serieuze stoppoging ondernomen. Gemiddeld hadden de rokers 2,5 serieuze stoppogingen ondernomen en de ex-rokers 2,3. Bij 40% van de serieuze stoppogingen werden hulpmiddelen of hulpmethodes gebruikt.

De meest gebruikte hulpmiddelen zijn nicotine vervangende middelen en geneesmiddelen. Ook wordt de e-sigaret aanzienlijk vaker gebruikt als hulpmiddel bij het stoppen met roken. In 2014 gebruikte 15% van de (ex-)rokers e-sigaretten bij hun laatste serieuze stoppoging. In 2013 was dat 4%. In 2014 was 81% van de rokers van plan in de toekomst te stoppen.

In 2011 werd een vergoeding van de ondersteunende medicatie ingevoerd in het basispakket van de verzekering. In 2012 werd het er weer uit gehaald en in 2013 opnieuw ingevoerd. In het gebruik van deze medicatie is een sterke stijging te zien in 2011 (met vergoeding), een daling in 2012 (zonder vergoeding) en weer een stijging vanaf 2013 (met vergoeding). 

De meeste rokers stoppen op eigen kracht of met zelfhulpmaterialen.
Daarnaast wordt voor hulpvragen onder meer een beroep gedaan op huisartsen, particuliere aanbieders van stopondersteuning en rookstoppoli’s van ziekenhuizen. Mensen met een nicotineverslaving doen niet snel een beroep op de verslavingszorg

  • In 2015 werden in de reguliere verslavingszorg 809 personen behandeld voor een nicotineverslaving als hoofdprobleem. Dat is 1,25% van het totaal aantal personen dat in 2015 in de verslavingszorg werd behandeld. In 2014 ging het om 478 clienten.
  • Als secundaire problematiek werd in 2015 bij 3.136 cliënten in de verslavingszorg een nicotineverslaving geregistreerd.
  • De verslavingszorg biedt soms (online) stopprogramma’s aan, maar niet op grote schaal.

 

Bron: Jaarbericht Nationale Drug Monitor 2016 en Factsheet Continu Onderzoek Rookgewoonten 2014.