Meeroken

Meeroken, ofwel passief roken, is het inademen van tabaksrook uit de omgeving. Net als roken, is meeroken zeer schadelijk voor de gezondheid.1 In Nederland wordt de sterfte die kan worden toegeschreven aan meeroken, geschat op enkele duizenden personen door hartaandoeningen en enkele honderden door longkanker per jaar.2 Ter vergelijking: in het verkeer vallen jaarlijks rond de 650 doden.

Samenstelling van de rook

De rook die in de omgeving terechtkomt en onwillekeurig wordt ingeademd (‘tweedehands’ rook), bestaat uit

  • sidestream smoke: rook uit de smeulende sigaret
  • mainstream smoke: rook die rokers uitademen
  • een zeer klein gedeelte van de rook trekt direct door het papieren omhulsel4

De verbrandingscondities verschillen tussen sidestream en mainstream rook: zo is de verbrandingstemperatuur bij een smeulende sigaret rond de 400 graden Celsius, terwijl dit tijdens inhaleren kan oplopen tot 900 graden. Mede daardoor bevat sidestream rook hogere concentraties schadelijke stoffen, zoals koolmonoxide, nicotine, PAK’s, nitrosaminen en aromatische aminen. De verhouding tussen de typen rook in een ruimte is afhankelijk van onder meer de manier van roken (tijdsinterval tussen trekjes), maar aangenomen wordt dat het overgrote merendeel van ‘tweedehands’ rook uit sidestream rook bestaat.4 

Verloop na het roken

Ongeveer 55 minuten na het roken is de helft van de rook binnenshuis verdwenen.5  Deeltjes uit de rook slaan neer op oppervlakten in ruimten waar wordt gerookt, zoals op meubels en kleding. Bij frequent roken hoopt dit laagje zich op en kunnen de stoffen later opnieuw vrijkomen. Dit wordt soms omschreven als ‘derdehands rook’.6 Onderzoek heeft aangetoond dat ook deze later vrijgekomen stoffen DNA-schade kunnen veroorzaken in menselijke cellen.7

Rookverbod

Verschillende onderzoeken hebben een verband gevonden tussen het instellen van een rookverbod en een verbetering van de volksgezondheid in dat gebied.

  • Zowel in Liverpool als in New York is gemeten hoeveel mensen met een hartaanval in het ziekenhuis werden opgenomen, voor en na het instellen van een rookverbod. In New York gold het rookverbod voor onder meer werkomgevingen, in Liverpool voor alle afgesloten publieke ruimten en werkomgevingen. Beide gebieden zagen een sterke afname van ziekenhuisopnames wegens acute hartklachten na instelling van het rookverbod.8,9
  • Ook in Nederland is onderzoek gedaan naar de relatie tussen het instellen van rookverboden en hartziekten. Het aantal gevallen van hartstilstand nam statistisch significant af na de invoering van een rookverbod in de werkomgeving in 2004. Bij de invoering van een rookverbod in de horeca in 2008 werd geen verdere afname in gevallen van hartstilstand gezien, volgens de auteurs mogelijk omdat deze maatregel een lage naleving kende.10
  • Daarnaast is aangetoond dat in gebieden waar een rookverbod geldt, minder baby’s in het ziekenhuis worden opgenomen wegens ernstige astmaklachten.11

Zie voor meer informatie de Factsheet Meeroken (februari 2015) en de Factsheet Kinderen en (mee)roken – een aantal feiten op een rij (februari 2017).

Voor scholing en materialen rond meeroken bij kinderen, zie Rookvrij Opgroeien.

Bronnen

1. International Agency for Research on Cancer (2004). Tobacco smoking and involuntary smoking. Monographs on the evaluation of carcinogenic risks to humans. Vol 83. Lyon: IARC.
2. Hofhuis, W., & Merkus, P. J. F. M. (2005). Passief roken: schadelijke effecten bij kinderen. In: Knol, K. et al. (Eds.). Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding (pp. 246-254). Utrecht: Lemma.
3. SWOV Factsheet (2013). Verkeersdoden in Nederland. Leidschendam: Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid.
4. Surgeon General (2010). How tobacco smoke causes disease: the biology and behavioral basis for smoking-attributable disease. A Report of the Surgeon General. Atlanta: U.S. Department of Health and Human Services, Centers for Disease Control and Prevention.
5. Semple, S. & Latif, N. (2014). How long does second-hand smoke remain in household air: Analysis of PM2.5 data from smokers’ homes. Nicotine and Tobacco Research, doi:10.1093/ntr/ntu089.  
6. Matt, G. E. et al. (2011). Third hand tobacco smoke: emerging evidence and arguments for amultidisciplinary research agenda. California: Lawrence Berkeley National Laboratory.
7. Hang, B. et al. (2013). Thirdhand smoke causes DNA damage in human cells. Mutagenesis, 28(4), 381-391.
8. Liu, A., Guzman Castillo, M., Capewell, S., Lucy, J., & O’Flaherty, M. (2013). Reduction in myocardial infarction admissions in Liverpool after the smoking ban: potential socioeconomic implications for policymaking. BMJ Open, 3, 1-8.
9. Juster, H. R. et al. (2007). Declines in hospital admissions for acute myocardial infarction in New York State after implementation of a comprehensive smoking ban. American Journal of Public Health, 97(11), 2035-2039.
10. Korte-de Boer, D., et al. (2013). Effect of smoke-free legislation on the incidence of sudden circulatory arrest in the Netherlands. Heart, 98(13), 995-999.
11. Van Been, J. et al. (2014). Effect of smoke-free legislation on perinatal and child health: a systematic review and meta-analysis. The Lancet, 383(9928), 1549-1560.