Gezondheidseffecten

De gezondheidseffecten van meeroken zijn sterk afhankelijk van de mate van blootstelling aan rook en omstandigheden, zoals mate van ventilatie. Aangezien rook carcinogene stoffen bevat, is er echter geen ‘veilig niveau’ van blootstelling.1 In het lichaam van niet-rokers die regelmatig meeroken, zijn metabolieten aangetoond van onder meer (carcinogene) tabaksspecifieke nitrosaminen (NNK).2

Onderzoek naar de gezondheidseffecten van meeroken toont:

  • Regelmatig meeroken vergroot de kans op longkanker met 20-30%.2
  • Ook zorgt meeroken voor een groter risico op andere aan roken gerelateerde ziekten, zoals coronaire hartziekten (25-30% meer kans), beroerten (20-30% meer kans) en luchtwegproblematiek.3,4
  • Meeroken veroorzaakt irritatie van de slijmvliezen in de keel en longen.
  • Mogelijk is meeroken ook gerelateerd aan andere acute en chronische luchtwegklachten en -ziekten en andere vormen van kanker dan longkanker.5 

Volgens een internationale studie6 is wereldwijd 1 op de 100 sterfgevallen het gevolg van meeroken. Dit geldt met name in gebieden waar geen rookverboden van kracht zijn. Veertig procent van de kinderen en ongeveer een derde van niet-rokende volwassenen wereldwijd wordt blootgesteld aan tabaksrook.6,7 Nederlanders zijn zich relatief weinig bewust van de risico’s van meeroken, volgens een andere internationale vergelijking.8

Kinderen

Kinderen en zuigelingen zijn extra kwetsbaar voor het inademen van tabaksrook. Er is voldoende bewijs dat meeroken door kinderen, bijvoorbeeld omdat de ouders roken, leidt tot: 

  • Wiegendood;
  • Astma en andere luchtwegziekten
  • Luchtwegklachten (zoals hoesten en benauwdheid);
  • Gehoorproblemen, zoals terugkerende oorontstekingen;
  • Een verminderde longfunctie5

Daarnaast zijn er aanwijzingen uit onderzoek voor een verband tussen meeroken door kinderen en andere ziekten:

  • Kanker bij kinderen (leukemie, hersentumoren en maligne lymfomen);
  • Longemfyseem op latere leeftijd (een vorm van COPD);
  • Hersenvliesontsteking;
  • Minder reukvermogen;
  • Sommige studies vinden een verband tussen regelmatig meeroken en leerproblemen, gedragsproblemen zoals ADHD-klachten en emotionele problemen. Het is echter onduidelijk of het hier gaat om een oorzakelijk verband.5

Meerokende kinderen hebben daarnaast een grotere kans om later zelf te roken. Mogelijk speelt de voorbeeldfunctie van ouders hierbij een rol. Er zijn echter ook aanwijzingen dat intensief meeroken leidt tot een merkbare concentratie nicotine in het lichaam.9 Een klein deel van de frequent meerokende kinderen rapporteert verschijnselen van nicotineverslaving.10,11

Tijdens de zwangerschap is meeroken door de zwangere vrouw schadelijk voor de foetus. Er is bewijs dat meeroken door de moeder leidt tot een grotere kans op wiegendood en een (te) laag geboortegewicht. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat ook andere schadelijke effecten voor kunnen komen, vergelijkbaar met de effecten van actief roken: onder meer vroeggeboorte, aangeboren lichamelijke afwijkingen, miskraam, perinatale sterfte en kanker bij het kind.5 

Voor scholing en materialen rond het voorkomen van meeroken, zie Rookvrij Opgroeien.

Voor meer informatie over meeroken, zie de Factsheet Meeroken (2015). 

Bronnen

1. CDC (2014). Secondhand Smoke Facts. Centers for Disease Control and Prevention.
2. Surgeon General (2006). The Health Consequences of Involuntary Exposure to Tobacco Smoke: A Report of the Surgeon General. Atlanta: U.S. Department of Health and Human Services, Centers for Disease Control and Prevention.

3. Surgeon General (2010). How tobacco smoke causes disease: the biology and behavioral basis for smoking-attributable disease. A Report of the Surgeon General. Atlanta: U.S. Department of Health and Human Services, Centers for Disease Control and Prevention.
4. Teo, K.K., Ounpuu, S., Hawken, S., Pandey, M.R., Valentin, V., Hunt, D. et al. (2006). Tobacco use and risk of myocardial infarction in 52 countries in the INTERHEART study: a case-control study. Lancet 368 (9536): 647-658.

5. Ter Weijde, W. R., Croes, E. C., Verdurmen, J. & Monshouwer, K. (2015). Factsheet Meeroken. Utrecht: Trimbos-instituut.
6. Öberg, M., Jaakola, M. S., Woodward, A., Peruga, A., & Prüss-Ustün, A. (2007). Worldwide burden of disease from exposure to second-hand smoke: a retrospective analysis of data from 192 countries. The Lancet, 377(9760), 139-146.
7. WHO (2013). Report on the global tobacco epidemic. Geneva: World Health Organization.
8. ITC Project (2011). ITC Netherlands Survey. Report on smokers’ awareness of the health risks of smoking and exposure to second-hand smoke. Canada: University of Waterloo.
9. Okoli, C. T. C., Kelly, T., & Hahn, E. J. (2007). Secondhand smoke and nicotine exposure: a brief review. Addictive Behaviors, 32, 1977-1988.

10. Schuck, K. Kleinjan, M., Otten, R., Engels, R. C. M. E., & DiFranza, J. R. (2010). Responses to environmental smoking in never-smoking children: can symptoms of nicotine addiction develop in response to environmental tobacco smoke exposure? Journal of Psychopharmacology, 27(6), 533-540.
11. Bélanger, M. et al. (2008). Nicotine dependence symptoms among young never-smokers exposed to secondhand tobacco smoke. Addictive Behaviors, 33, 1557-1563.