Sigaret en shag

Sigaretten en shag zijn de meest gerookte tabaksproducten. In de Europese Unie vormen deze producten samen 95% van de tabaksverkoop1.

Zijn sigaretten en shag even ongezond?

Ja, de gezondheidsrisico’s zijn vergelijkbaar. Bij zowel shag als sigaretten krijgt de roker de giftige verbrandingsproducten van tabak binnen, zoals teer en koolmonoxide. Deze stoffen zijn de belangrijkste veroorzakers van schade aan de gezondheid.

  • Een aanzienlijk deel van de rokers denkt onterecht dat shag minder schadelijk zou zijn.2
  • Sigaretten bevatten gemiddeld per stuk meer tabak dan shagjes. Shagrokers roken echter gemiddeld intensiever (meer trekjes, dieper inhaleren), blijkt uit onderzoek. Uiteindelijk krijgen rokers bij sigaretten en shag waarschijnlijk ongeveer evenveel rook binnen.3,4
  • Een filter vermindert de afgifte van teer5, met name als er koolstof in zit.5-7
    Rokers hebben bij gebruik van filters echter de neiging méér te roken,8 mogelijk om te compenseren voor de verminderde afgifte van teer. Of roken met filter beter is voor de gezondheid, is daarom onduidelijk.9 Producenten van tabak voegen de filters voornamelijk toe vanuit oogpunt van de marketing.10
  • De concentratie kankerverwekkende stoffen in het lichaam is bij shagrokers en sigarettenrokers vergelijkbaar.11

Bestaan er minder ongezonde sigaretten?

Nee. Alle producten waarin tabak wordt verbrand en geïnhaleerd, zijn zeer ongezond. Er zijn wel allerlei producten op de markt, die inspelen op de behoefte onder rokers aan minder ongezonde sigaretten.

  • ‘Light’ sigaretten worden verkocht als minder schadelijk, maar zijn zeker zo ongezond als gewone sigaretten.12 Bij light is de vormgeving zo aangepast, dat machinale tests minder afgifte van schadelijke stoffen registreren. Mensen roken echter anders dan machines. Rokers inhaleren bijvoorbeeld onbewust dieper wanneer de sigaret minder rook afgeeft. De term ‘light’ is daarom misleidend en inmiddels verboden in de EU.13
  • Hoewel sommige additieven de schadelijkheid van tabak kunnen vergroten,14 is er geen bewijs dat sigaretten zonder additieven beter zouden zijn voor de gezondheid. Tabak zelf is de bron van de meest schadelijke stoffen bij het roken. Sigaretten zonder additieven blijken méér nicotine af te geven.14
  • Menthol in sigaretten geeft een frissere smaak, die minder met (schade door) tabak wordt geassocieerd. Menthol zorgt er echter voor dat rook dieper kan worden geïnhaleerd. Er zijn aanwijzingen dat menthol in sigaretten de kans op hart- en vaatziekten en kanker als gevolg van roken vergroot.16
  • Kruidensigaretten bevatten meestal geen tabak en dus ook geen nicotine. In plaats daarvan worden andere planten verbrand, zoals sla. De verslavende werking is mogelijk minder door het ontbreken van nicotine. De rook van veel kruidensigaretten is echter wel even kankerverwekkend als tabaksrook.17-18
  • Nicotinevrije sigaretten bevatten genetisch gemodificeerde tabak, die bij verbranding evenveel teer en koolmonoxide afgeeft, maar veel minder nicotine. Nicotinevrije tabak is even kankerverwekkend en schadelijk voor hart en bloedvaten als reguliere tabak.19-20 Het is nog onduidelijk of deze sigaretten minder verslavend zijn: naast nicotine speelt ook de gewoonte een grote rol bij een rookverslaving.21
  • Filters verminderen de afgifte van teer.5 Tegelijkertijd is bekend dat rokers méér roken met filtersigaretten, mogelijk om te compenseren voor het effect van het filter.8 
  • Elektronische sigaretten (e-sigaretten) zijn geen ‘echte’ sigaretten: ze bevatten geen tabak en er wordt niets verbrand. Bij e-sigaretten wordt vloeistof verhit en de damp ingeademd. Het gebruik van e-sigaretten is minder ongezond dan roken. Maar helemaal vrij van risico's zijn e-sigaretten niet: de meeste e-sigaretten bevatten wel nicotine en andere stoffen met schadelijke effecten op de gezondheid, zoals propyleenglycol. Niet-rokers wordt het gebruik van e-sigaretten dan ook afgeraden.17

Bronnen

1. Europese Commissie (2013). Economic analysis of the EU market of tobacco, nicotine and related products. Matrix Insight Ltd.
2. O’Connor, R. J., et al. (2007). Smokers’ beliefs about the relative safety of other tobacco products:     Findings from the ITC collaboration. Nicotine and Tobacco Research, 9(10), 1033-1042.
3. Shabab, L., West, R., Hammond, D., O’Connor, R. J., McNeil, A. (2009). Smoking behaviour and smoke exposure of Roll-Your-Own (RYO) cigarette smokers in the UK. Londen: University College. 
4. Laugesen, M., Epton, M., Framptom, S. M. A., Glover, M., Lea, R. A. (2009). Hand-rolled cigarette smoking patterns compared with factory made cigarette smoking in New Zealand men. BMC Public Health, 9(194), 1-6. 
5. Shin, H. J., et al. (2009). Effect of cigarette filters on the chemical composition and in vitro biological activity of cigarette mainstream smoke. Food and Chemical Toxicology, 47, 192-197.
6. Dey, N., Das, A., Ghosh, A., & Chatterjee, I. B. (2010). Activated charcoal filter effectively reduces p-benzosemiquinone from the mainstream cigarette smoke and prevents emphysema. Journal of Biosciences, 35(2), 217-230.
7. Scherer, G., Urban, M., Engl, J., Hagedorn, H. W., & Riedel, K. (2006). Influence of smoking charcoal filter tipped cigarettes on various biomarkers of exposure. Inhalation Toxicology, 18(10), 821-829.
8. Augustine, A., Harris, R. E., & Wynder, E. L. (1989). Compensation as a risk factor for lung cancer in smokers who switch from nonfilter to filter cigarettes. American Journal of Public Health, 79(2), 188-191.
9. Coggins, C. R., & Gaworski, C. L. (2008). Could charcoal filtration of cigarette smoke reduce smoking-induced disease? A review of literature. Regulatory Toxicology and Pharmacology, 50(3), 359-365.
10. Harris, B. (2011). The intractable cigarette ‘filter problem’. Tobacco Control, 20(1), i1-i16.
11. Shahab, L., West, R., McNeill, A. (2009). A comparison of exposure to carcinogens among roll-your-own and factory-made cigarette smokers. Addiction Biology, 14, 315–320.
12. National Cancer Institute (2001). Risks associated with smoking cigarettes with low machine-measured yields of tar and nicotine. Monograph, 13, U.S. Department of Health and Human Services.
13. Tobacco Product Directive (2014). Official Journal of the European Union, 1-127.
14. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2013). Additieven in Nederlandse tabaksproducten: analyse van de gegevens over 2011. Rapport 050057002. Bilthoven: RIVM.
15. Malson, J. L., Lee, E. M., Moolchan, E. T., Pickworth, W. B. (2001). Nicotine delivery from smoking bidis and an additive-free cigarette. Nicotine & Tobacco Research, 4(4), 485-490.
16. Hoffman, A. C. (2011). The health effects of menthol cigarettes as compared to non-menthol cigarettes. Tobacco Induced Diseases, 9(1), S7. 
17. Jorgensen, E. D., Zhao, H., Traganos, F., Albino, A. P., Darzynkiewicz, Z. (2010). DNA damage response induced by exposure of human lung adenocarcinoma cells to smoke from tobacco- and nicotine-free cigarettes. Cell cycle, 9(11), 2170-2176.
18. Gan, Q., Yang, J., Yang, G., Goniewicz, M., Benowitz, N. L., Glantz, S. A. (2009). Chinese “herbal” cigarettes are as carcinogenic and addictive as regular cigarettes. Cancer Epidemiology, Biomarkers & Prevention, 18(12), 3497-3501.
19. Chen, J. et al. (2008). Toxicological analysis of low-nicotine and nicotine-free cigarettes. Toxicology, 249(2-3), 194-203.
20. Girdhar, G., Xu, S., Bluestein, D., & Jesty, J. (2008). Reduced-nicotine cigarettes increase platelet activation in smokers in vivo: a dilemma in harm reduction. Nicotine & Tobacco Research, 10(12), 1737-1744.
21. Barrett, S. P., & Darredeau, C. (2012). The acute effect of nicotine on the subjective and behavioural responses to denicotinized tobacco in dependent smokers. Behavioral Pharmacology, 23, 221-227.
22. Buisman, R., & Croes, E. (2014). Factsheet Elektronische sigaretten. Utrecht: Trimbos-instituut.